Artikel & interview

Magazine

Print

Portfolio

Arjan Taai: ‘Wat niet kan is nog nooit gebeurd’

Publicatiedatum

5 september 2016

Gepubliceerd door

STAD Magazine

Bekijk de PDF

Arjan-Taaij-STAD-Magazine.pdf

In zijn achttiende levensjaar werd Arjan Taaij lid van de Groningse volleybalclub Lycurgus. Na acht jaar actief te hebben gespeeld, koos Taaij er in 2006 bewust voor om op een lager niveau te acteren. Als speler voelde hij niet meer de drijf om het maximale uit zichzelf te halen. Als mens daarentegen wel. De destijds net aan de ALO afgestudeerde Taaij ging het coachvak in en volgt daar nu zijn ambities en dromen. Zo schreef hij afgelopen seizoen volleybalhistorie door met Lycurgus drie prijzen te pakken. Zijn honger is echter nog lang niet gestild. Een reportage over de coach en de mens Arjan Taaij. ‘Zonder stip aan de horizon weet je zeker dat het niet gaat gebeuren.’

‘Toen ik de ALO deed, merkte ik dat het coachen binnen de sportwereld pure passie bij mij opwekte’, begint Taaij zijn verhaal over hoe hij in aanraking kwam met het vak. ‘Met mensen bezig zijn, de processen en allerlei dynamieken die daarin spelen; dat vond ik zeer interessant. Ten tijde van mijn aanstelling als coach van volleybalclub Donitas in 2009, had ik natuurlijk niet direct het perspectief dat ik coach wilde worden van de kampioen van Nederland. Toch zat dat wel ergens diep van binnen. Ik ben ook wel iemand die daarover nadenkt, die ambitie en dromen heeft om daar inspiratie uit te halen. Al moest ik toen eerst nog ervaren of het daadwerkelijk hetzelfde vak was zoals ik het in mijn hoofd had zitten.’

Arjan Taaij, volleybal, Lycurgus

Dat laatste bleek het geval. Met volle teugen genoot Taaij van zijn tijd als coach van Donitas. Hij ondervond dat dit het vak was waarin hij zijn plafond wilde opzoeken. Na twee jaar kreeg hij de kans om coach te worden van het tweede team van Lycurgus. ‘En weer twee seizoenen later stond ik als hoofdcoach plots bij het eerste voor de groep,’ grapt Taaij. Dan serieuzer: ‘Mijn keuze om Lycurgus 2 te gaan coachen, was deels gebaseerd op het perspectief dat er was om op termijn hoofdcoach te worden. Dat het ook gebeurde was natuurlijk fantastisch. Ik heb een verleden bij Lycurgus, de club zit in mijn hart en heb veel met volleybal in Groningen. Dat was nodig ook, want het moment dat ik instapte was financieel gezien het slechtste startmoment aller tijden.’

Potentie van Lycurgus

Taaij doelt op de grote financiële problemen waar de Groningse volleybalclub in die periode mee kampte. Een flinke sanering voorkwam een faillissement en daarmee de doodsteek voor het volleybal in de Martinistad. Aan de destijds pas 29-jarige coach de taak om van Lycurgus weer een serieuze club te maken. ‘Al tijdens mijn carrière als speler had ik het gevoel dat er veel meer potentie in de club zat dan dat we eruit haalden. Dat had verschillende redenen. Er was te weinig commercieel draagvlak, er waren weinig ideeën over een technisch platform en onvoldoende handen en voeten om de organisatie uit te kunnen bouwen. Op het moment dat ik hoofdcoach werd, was dat nog steeds het geval. Bovendien ontbrak het in mijn ogen aan een duidelijke filosofie over hoe we volleybal in Groningen wilden vormgeven. Als we in staat waren daar meer inhoud aan te geven, konden we voor mijn gevoel veel meer bereiken. Kampioen van Nederland worden. Champions League spelen. Wat niet kan is nog nooit gebeurd.’

Voor mijn gevoel konden we veel meer bereiken. Kampioen worden, Champions League spelen. Wat niet kan is nog nooit gebeurd

Dat laatste is een liedje van Daniël Lohues en tegelijk ook de persoonlijke slogan van Taaij. ‘We kunnen winnen wat we willen winnen, als we maar met goede mensen een gefundeerde basis creëren. Daar was en ben ik heilig van overtuigd.’ Terugkijkend denkt de coach dat het slechtste moment om in te stappen eigenlijk het beste moment was om het te doen. ‘Hoe dieper je gezonken bent, hoe meer perspectief er ligt om er wat van te maken. Met een grote groep mensen hebben we dat perspectief vastgepakt en zijn we aan de slag gegaan.’

Taaij als aanjager

Het ambitieplan voor 2020 moest op commercieel en technisch vlak richting geven. De organisatie moest volgens Taaij ook een aantal stappen maken om de basis te leggen voor het leveren van topsportprestaties. ‘Met de verloren landskampioensfinales en bekerfinale zaten we er met Lycurgus al wel dichtbij, maar we kwamen net te kort. Puur omdat de organisatie niet stabiel genoeg was. Het implementeren van ons ambitieplan moest daarvoor gaan zorgen. Het technisch platform verbeterde, het aantal commerciële partners nam toe, het budget ging omhoog en er kwamen nieuwe bestuursleden met nieuwe kennis. Dat verliep allemaal geleidelijk en heeft ons gevormd tot waar we nu staan.’

Arjan Taaij, Lycurgus, volleybal

De geboren Groninger houdt zich als hoofdcoach dus zeker niet alleen bezig met het eerste team van Lycurgus. Taaij is een aanjager. Hij zorgt ervoor dat de gehele organisatie meegaat in zijn enthousiasme en ambities. Dat Lycurgus door wil blijven groeien, doet de coach goed. ‘Mijn eigen inspiratiebron ligt verscholen in de ambitie die de club heeft. Ik werk niet bij deze mooie club om mijn brood te verdienen, het is eigenlijk hobbyisme. Begrijp me niet verkeerd, we bedrijven hier absolute topsport. We trainen negen keer in de week, soms twee keer per dag, maar hebben weinig financiële middelen. De enige reden dat ik altijd maar door blijf gaan, er aan blijf trekken en er soms wel vijftig uur in de week in stop, is omdat ik ambitie zie voor de lange termijn en daar inspiratie uit creëer. Zodra ik dat niet meer voel, moet ik mij afvragen of Lycurgus nog wel de plek is waar ik wil werken.’

Proces georiënteerde idealist

Voorlopig voelt Taaij zich nog als een vis in het water bij het door hem zo geliefde Lycurgus. Dat dit jaar de Supercup, de nationale beker én het landskampioenschap werden gewonnen, was voor de coach een prachtige beloning voor de koers die de club is ingeslagen. Met Taaij als kapitein, een rol die hij volledig op eigen wijze invult. ‘Mijn kerntaak ligt natuurlijk bij het eerste team. Als coach ben ik erg proces georiënteerd, waarbij ik ontzettend veel waarde hecht aan twee elementen binnen een proces. Dat is ten eerste de individuele ontwikkeling van de speler, wat ik veel stimuleer door zelfregulatie. Het tweede is het gehele teamproces. Zodra we in staat zijn het individuele proces, gezamenlijk met de speler, een goede richting op te sturen, zou dat ook een positief effect moeten hebben op het teamproces. Daarnaast steek ik voorafgaand aan het seizoen veel tijd in het creëren van groepscommitment. Elke speler is daar dan een jaar lang volledig onderhevig aan.’

Ik ben wel iemand die ambitie en dromen heeft om daar inspiratie uit te halen

Laatstgenoemde sluit naadloos aan op een ander kenmerk van de coach Taaij. Hij is een idealist, iemand die het maximale nastreeft en daar alles voor uit de kast haalt. De door hem en zijn staf ontwikkelde spelfilosofie is daar een treffend voorbeeld van. Taaij: ‘We hebben een antwoord gezocht op de vraag hoe we in Groningen volleybal willen spelen en dat uitgewerkt. Je kunt niet elke dag in de zaal staan zonder beschreven filosofie te hebben over hoe je volleybal wilt spelen. Dagelijks sturen we op die filosofie en proberen we ons ideaalplaatje te realiseren. Dat is mooi werken.’

Onbehagelijk gevoel

Uit de wijze waarop Taaij over coachen en zijn manier van werken praat, kan maar één conclusie worden getrokken: hij is een liefhebber. Een zeer professionele, gepassioneerde liefhebber. De dagen na het winnen van de landstitel merkt de inmiddels in Harkstede wonende coach geen volledige euforische stemming bij zichzelf. ‘Ik dacht: balen, het seizoen is afgelopen en ik ga die gasten missen. Negen maanden lang ben ik er met alles wat ik heb mee bezig geweest. Want dat is hoe ik ben als coach. Betrokken bij het gehele proces. Dat beleef ik heel intensief en is ook wat ik het mooie vind aan het coachvak. Maar dan word je kampioen van Nederland en is het gewoon afgelopen. Het einde van het proces. Dat voelde als heel abrupt en doet ook wel iets van pijn.’

‘Helaas is het inherent aan topvolleybal, waar veelal met eenjarige contracten gewerkt wordt, dat je de helft van je spelersgroep het volgende jaar niet meer terugziet’, vervolgt hij zijn relaas. ‘Spelers hebben de ambitie om een stap te maken, ze kunnen ergens anders financieel een betere deal maken of wij selecteren door en denken dat we beteren kunnen halen. Dat geeft me wel een onbehaaglijk gevoel. Juist omdat ik iemand ben die niet op het resultaat gefocust is, maar op het proces. Als je daarin ontzettend goede dingen doet, leidt dat vanzelf tot betere prestaties.’

Negen maanden lang ben ik er met alles wat ik heb mee bezig geweest. Dan word je kampioen van Nederland en is het proces abrupt afgelopen. Dat doet wel iets van pijn

Historie geschreven

Door de professionalisering van de organisatie was Lycurgus vorig jaar in staat om de helft van de spelersgroep te behouden. Volgens Taaij een belangrijke factor achter het succesvolle seizoen dit afgelopen jaar. ‘Daarmee bouw je iets van cultuur op,’ legt hij uit. ‘De spelers die gebleven waren, injecteerden de nieuwe spelers met de normen, waarden en de werkwijze. Nu waaien er wat meer spelers uit en moeten we opnieuw beginnen met het smeden van een team. Dat heeft iets spijtigs, maar brengt tegelijkertijd ook uitdagingen. Zijn we in staat om met andere mensen een vergelijkbaar proces te creëren? En word ik daar beter van als coach, of misschien als mens? Dat verdrijft die korte periode van rouw snel.’

Arjan Taaij, Lycurgus, teambespreking

Gelukkig ook, want we mogen oprecht wel genieten van de prestatie die we hebben geleverd. Ik ben er ontzettend trots op dat we dankzij een goede selectie, een verbeterd geformeerd technisch platform en met een goede filosofie en ideologie van werken historie hebben geschreven. Drie prijzen winnen, waaronder het landskampioenschap voor 4.500 mensen in Martiniplaza. Dat is voor Lycurgus historie, maar ook voor het Nederlandse volleybal!’

De coach en mens Taaij

Met het winnen van drie prijzen voldeed Taaij aan de hoge doelstellingen die hij zelf had geformuleerd. Waar hij als persoon te boek staat als bescheiden, riep hij aan de vooravond van het seizoen vol bravoure dat Lycurgus drie prijzen moest winnen. ‘Of de mens Arjan Taaij een andere is dan de coach?’ herhaalt hij de vraag. ‘Dat is een goede.’ Al denkend formuleert hij een antwoord. ‘Misschien is dat wel zo. Ja, ik denk het wel. Ik ben een echte Groninger, ben hier geboren en heb een nuchtere opvoeding gehad. Bescheidenheid is wel één van de dingen die ik van huis uit meegekregen heb. Kijk, ik besef wel dat ik een rol speel in de ontwikkeling van de organisatie achter Lycurgus, alleen dat doen een heleboel mensen. Ik vorm slechts een klein deel van het geheel en voel dat ook oprecht op die manier. Zo ben ik ook als mens. Wat ik tegelijkertijd probeer, is de organisatie verder te pushen naar verdere ontwikkeling. Zeker in volleybal is stilstand keiharde achteruitgang. We moeten ambitieus blijven en doorgaan met het professionaliseren van de organisatie. Daarmee gaat gepaard dat je ook naar buiten toe een signaal moet afgeven. Hoppa, wij willen Champions League spelen en gaan weer voor het kampioenschap! Dus ben ik bescheiden? Ja, maar wel enorm ambitieus. Met Lycurgus, maar ook voor mezelf.’

2032, Arjan Taaij bondscoach Nederlands volleybalteam en we pakken Olympisch goud

Gouden ambities

Wanneer het gesprek richting zijn persoonlijke ambities gaat, voegt een twinkeling in zijn ogen zich bij het enthousiasme waarmee hij continu praat. ‘Ik ben erg nieuwsgierig naar mijn eigen plafond als trainer/coach. Het vak geeft me veel energie en dat maakt dat ik weleens over mijn toekomst nadenk. Ben ik bereid risico’s te nemen? Of misschien wel egoïstisch te zijn? Het perspectief in Nederland is niet zo groot, na Lycurgus is er weinig interessants voor mij. Dus ga je kijken naar het buitenland. En dat heeft sociale implicaties met een gezin en een baan in Nederland. Mijn droom is het herhalen van 1996, Olympisch goud winnen. Nu laat ik mijn ambitie te loop, maar denk tegelijk dat het kan. We kunnen allemaal blijven zeggen dat het nooit meer gaat gebeuren, maar je moet een stip aan de horizon zetten. Misschien te ver weg, maar als je hem niet zet weet je zeker dat het niet gaat gebeuren. Je wordt niet geïnspireerd van hetzelfde doen. Iets nieuws en ambitieuze doelen stellen, daar ga je van leven! Dus als ik zou dromen…’ Hij rekent hardop. ‘2032, Arjan Taaij bondscoach Nederlands volleybalteam en we pakken Olympisch goud.’ Zo, dat staat.

Eerst wachten vanavond nog een paar Skype-gesprekken met afstuderende studenten. Want Taaij is naast volleybalcoach ook nog fulltime in dienst als docent-onderzoeker aan het Instituut voor Sportstudies van de Hanzehogeschool. Een combinatie die niet altijd gemakkelijk is. Werkweken van 84 uur zijn eerder regel dan uitzondering. ‘Maar het voelt niet als druk en veel werk. Dat komt omdat ik gewoon alleen maar leuke dingen doe. Ja, coachen is absoluut het mooiste vak van de wereld!’

Lees meer