Artikel & interview

Magazine

Print

Portfolio

Alferink vindt na zwaar ongeval nieuw geluk in schilderkunst

Publicatiedatum

5 maart 2016

Gepubliceerd door

STAD Magazine

Bekijk de PDF

Maudy-Alferink-STAD-Magazine.pdf

Terwijl Maudy Alferink met het ontwerpen van kostuums hard aan de weg timmerde, bezorgde een zwaar auto-ongeluk haar carrière een noodgedwongen draai. Een verminderde hersencapaciteit noopte haar tot het stoppen met waar ze zo van hield. In het revalidatiecentrum zette ze haar creatieve talent om in kunst op het doek. De pijn van het missen van haar eerdere werk verdwijnt nooit, maar ze heeft in het schilderen een nieuwe liefde gevonden. De doeken die ze tijdens haar revalidatie schilderde vlogen de deur uit en de solo-exposities kwamen snel.

Wat voor Maudy Alferink begon als een eigen kledinglabel gericht op leggings, groeide al snel uit tot een bedrijf dat kostuums ontwierp en produceerde. Daarmee belandde Alferink in de evenementenwereld. ‘Via Jägermeister kreeg ik een verzoek om namens mijn eigen label kostuums te maken voor een evenement’, begint Alferink haar uitleg over de omslag van haar bedrijf. ‘Vervolgens werd ik al vrij snel gevraagd voor theaters in Amsterdam en diverse festivals, met Zwarte Cross als hoogtepunt. Het ging van hardcore feesten met bombastische kostuums tot schattige fashion events. Die diversiteit maakte het nog leuker. Bij mijn kledinglabel moest ik natuurlijk voorzichtig zijn wat betreft creaties. Het moest immers verkoopbaar zijn. Met de kostuums kon ik het zo gek maken als ik wilde. Ik was een echte workaholic, werkte zeven dagen per week, maar elke dag bomvol energie.’

Verminderde hersencapaciteit

In de zomer van 2014 wist Alferink haar drukke werkzaamheden zo te plannen, dat ze met vriendinnen een midweekje naar Engeland kon. Daar zou ze een festival met topartiesten gaan bezoeken en van Londen genieten. Het liep anders. Een auto-ongeluk maakte niet alleen een abrupt einde aan de trip, maar zette ook haar leven op z’n kop. ‘De dag voor het festival kwamen we in een file terecht’, blikt Alferink terug. ‘Ik zat achterin en dutte wat in. Op het moment dat ik mijn ogen weer opende, lag ik met mijn gezicht door de zijruit en mijn heup tegen het plafond van de auto. Ik bleef continu tegen mezelf herhalen dat ik niet dood ging. Een vrachtwagen had de file over het hoofd gezien en was vol achterop onze auto ingereden. Daardoor zat ik muurvast. Pas toen ik los was, merkte ik dat ik helemaal niets meer kon bewegen.’

Maudy Alferink, Doutzen Kroes

Alferink noemt een waslijst op aan breuken en andere schade waar ze mee te kampen had als gevolg van het ongeluk. Dat gebroken heupen en ribben slechts een klein onderdeel bevatten van de lijst, geeft aan hoe ernstig ze er aan toe was. Na ziekenhuisperiodes in Londen en Deventer moest ze in een revalidatiecentrum in Apeldoorn opnieuw leren lopen. Het koste haar ruim een jaar om te herstellen. Lichamelijk, want toen ze haar werk weer op wilde pakken, bleek haar hersencapaciteit op verschillende vlakken verminderd te zijn. Alferink: ‘Door mijn fysieke ongemakken kon ik niets zelf. Douchen, aankleden, naar het toilet, eten. Maar dat was tijdelijk. De boodschap over mijn verminderde hersencapaciteit kwam hard aan. Direct kwam het besef dat ik niet meer de oude zou worden en mijn werk niet meer kon doen. Dat was ontzettend confronterend. Ik heb er veel moeite mee gehad om dat te kunnen accepteren. Mijn gehele leven was ik een bezig bijtje geweest en dat kon nu gewoon niet meer. Zelfs met koken kon mijn hoofd al zo vol raken dat ik bijna de boel in de fik zette.’

Revaliderend schilderen

De pijn is nog altijd nadrukkelijk aanwezig. Terwijl ze over de geestelijke gevolgen van het ongeluk spreekt, is het verdriet merkbaar. Tegelijkertijd toont ze ook haar strijdbaarheid en positieve denkwijze. ‘Een hele dag rondlopen op een festival zit er voor mij niet meer in’, vertelt ze. ‘Daar kan ik heel hard van blijven balen, maar ik kan ook kijken naar wat ik nog wel kan en waar ik plezier uit kan halen. Daarin had ik veel steun van mijn vriend en ouders. Hun positieve en behulpzame instelling heeft me echt geholpen.’

De creativiteit die ze eerste omzette in kostuums, bracht ze in het revalidatiecentrum tot uiting op het witte doek. Tijdens haar revalidatie wilde ze iets doen wat ze leuk vond én wat ze op dat moment kon. ‘Anders voel je elke dag alleen maar de pijn’, zegt Alferink. ‘Bovendien had ik in het centrum enkel oudere mensen om me heen. De jongste na mij was een jaar of zestig.’ Lachend: ‘Soms ouwehoerde ik wel met ze hoor, dat was prachtig. Maar ik wilde ook echt bezig zijn.’

Mijn gehele leven was ik een bezig bijtje geweest en dat kon nu gewoon niet meer

Het revalidatiecentrum kende een activiteitenhokje waar bejaarden puzzelden en knutselden. Alferink ging daar schilderen, veelal liggend of vanuit een speciale rolstoel. Het gaf haar ontspanning, maar ze beleefde er ook enorm veel plezier aan. Toen ze haar eerste schilderij af had, leek het haar leuk dat via Facebook met de buitenwereld te delen. Niet veel later kreeg ze een berichtje dat iemand haar schilderij wilde kopen. Er volgen nog vijf doeken die allemaal gretig aftrek vonden onder verschillende kunstliefhebbers. ‘Mijn doeken werden ook steeds groter’, vertelt Alferink enthousiast. ‘Als ik bezig was, zat alles om mij heen onder de verf.’ Ze schiet in de lach. ‘Volgens mij waren ze in het centrum blij toen ik weg was.’

Eerste solo-expositie

Ze schilderde vooral vanuit haar interesse in mode, kostuums, mensen en uiterlijk. Op internet zocht ze naar afbeeldingen, waar ze vervolgens haar eigen invulling aan gaf op het doek. ‘Daarbij gebruikte ik ook 3D-materialen zoals veren, bladgoud, oud textiel en wol’, legt Alferink uit. ‘Dat bestelde ik via internet, hoewel ik me ook een keer in een rolstoel door een verzorgster heb laten vervoeren naar een kunstwinkeltje in de buurt. Dat kon ik eigenlijk niet, maar ik haalde daar zoveel plezier uit.’ Weer die lach: ‘Van die tocht ben ik overigens wel een week kapot geweest.’

Maudy Alferink, atelier

Na haar revalidatie stelde ze zichzelf de belangrijke vraag: wat wil en kan ik de rest van mijn leven gaan doen? De gedachten aan schilderen gaf haar een motiverend gevoel. ‘Vanaf dat moment ben ik er vol voor gegaan en wilde ik het verder uitbouwen.’ En daar is ze inmiddels goed mee op weg. Het Fashion Hotel in Amsterdam wilde haar werk graag tentoonstellen voor publiek. Na een goed uitgepakte groepsexpositie in Deventer was hiermee haar eerste solo-expositie een feit. De bedoeling was dat haar werk daar drie maanden zou blijven hangen. Inmiddels wordt echter al gesproken over een verlening van nog drie maanden.

Als ik bezig was, zat alles om mij heen onder de verf. Volgens mij waren ze in het centrum blij toen ik weg was

De kunstenares is scherp en kritisch over de locaties waar haar werk tentoongesteld mag worden. Zo liet ze onlangs de mogelijkheid voor een expositie in Tokio lopen. ‘De afgelopen tijd kreeg ik steeds meer verzoeken van partijen of ik niet bij hen wilde hangen. Daar ben ik al snel heel selectief in geworden’, erkent ze. ‘Voor bekendheid kan ik het wel in elke snackbar gaan hangen, maar dat werkt niet voor mij. Ik kies specifiek voor bepaalde evenementen met een leuk en origineel concept, waarbij ik heb gevoel heb dat mijn doelgroep er zou kunnen komen.’

Knipoog naar oude grootmeesters

Alferink toont zich bescheiden over haar werk en legt de nadruk op dat ze nog erg veel bij moet en vooral ook wil leren. Een stapel boeken van Jan van Eyck en enkele aantekeningen verraden haar persoonlijke studie. ‘Daar kan ik echt in verzinken’, geeft ze ruiterlijk toe. ‘Ik haal er dingen uit en gebruik het binnen mijn eigen werk, maar wel met mijn eigen stijl.’ Die eigen stijl omschrijft ze als geschilderd realistisch. Ook de 3D-materialen gebruikt ze nog altijd. ‘Je ziet elke penseelstreep, maar het geheel zorgt voor een realistisch beeld. De combinatie met 3D-materiaal is daarin heel tof. Soms zie je niet eens of iets geschilderd is of dat het een 3D-object is, dat vind ik echt gaaf.’

‘Mijn werk maak ik ook met een dikke knipoog naar de oude grootmeesters’, gaat Alferink verder. ‘Die ouderwetse manier waarop onder meer Jan van Eyck schilderde, dat enorm gedetailleerde, vind ik een beetje verloren gegaan in de kunstwereld. Zij schilderden vaak personen met aanzien, maakten vaak portretten. Dat doe ik ook, en noem het gekscherend wel eens schilderen in de oude stijl op een moderne manier.’

Maudy Alferink, Thyra, schilderij

Om goed duidelijk te maken wat ze wil zeggen, illustreert ze haar woorden met een voorbeeld. ‘Momenteel ben ik bezig met het schilderen van Doutzen Kroes en haar twee kinderen. Het is gebaseerd op een beeld van haar tijdens een optreden bij Victoria Secrets, met van die grote vleugels, een verentooi en allemaal juwelen. Het ziet er heel rijkelijk uit, echt een Van Eyck-beeld, maar dan van nu. In het beeld heb ik toegevoegd dat ze haar dochtertje op de arm heeft en dat haar zoontje aan haar been staat. De werelden van moeder en topmodel komen daarin samen.’

Stenen, takken, pluisjes en hard werken

Haar ogen glinsteren en de glimlach verdwijnt geen moment meer van haar gezicht. Het is duidelijk dat ze over haar nieuwe liefde praat. Niet alleen door haar lichaamstaal, maar ook door de manier waarop ze spreekt. ‘Hierboven ben ik altijd bezig met mijn werk,’ zegt ze terwijl naar haar hoofd wijst. ‘Overal haal ik inspiratie vandaan en neem ik dingen mee voor een nieuw schilderij. Dan loop ik in een bos en neem ik allemaal eikels mee. Vervolgens maak ik een portret van iemand met een 3D-hoed van eikels. Ook kom ik veel op antiekmarktjes en als we op vakantie zijn, trek ik overal stenen, takken en pluisjes vandaan. Die moet mijn vriend dan vervolgens in de rugzak meeslepen!’

Je ziet elke penseelstreep, maar het geheel zorgt voor een realistisch beeld. Soms zie je niet eens of iets geschilderd is of dat het een 3D-object is

Gevraagd naar haar toekomst toont ze bescheidenheid. ‘De komende jaren wil ik keihard werken en mezelf blijven ontwikkelen. En natuurlijk is het leuk als je erkenning krijgt en je werk goed verkoopt. Maar ik vind het ook belangrijk dat ik het verkoop aan mensen die er echt een gevoel bij hebben. Het is al vaak voorgekomen dat ik een doek verkocht aan iemand die zijn of haar eigen verhaal helemaal kon projecteren op het werk dat ik geschilderd had. Soms schrok ik er zelf van. Daar haal ik heel veel voldoening uit. Dat doet echt wat met me.’

Uiteindelijk laat Alferink toch wat van de bescheidenheid los. ‘Als er iemand ooit een keer een nieuwe Jan van Eyck in mijn werk ziet, zou ik dat heel vet vinden’, lacht ze. ‘Of als ze er alleen al iets van in herkennen. Daar ben ik nog lang niet, maar daar schilder ik nu wel continu voor en blijf ik hard voor werken. Dan hoop ik dat ik over een aantal jaar een ander, nieuw doel kan noemen om na te streven.’

Maudy Alferink, expositie, De vrouw in al haar texturen

Lees meer